Vallum Aelii

Romeinse plaatsen > Brittania > Vallum Aelii


De muur van Hadrianus liep ik in 2010. Het is één van de meest belopen routes, die de National Trust in Engeland heeft uitgezet. De oorspronkelijke muur liep van Bowness naar Wallsend, waar de Tyne breed genoeg was om als verdedigbare grens te dienen.

In de Notitia Dignitatum - een overzicht van alle administratieve en bestuurlijke functies en hun insignia in het Romeinse Rijk uit de vroege 5e eeuw - wordt de muur van Hadrianus aangeduid als Vallum Aelii. De Aelii was het geslacht waaruit Hadrianus stamde.

Julius Ceasar veroverde Brittania in 55 voor Christus. Hij accepteerde de formele overgave door de Britse stammen. De romanisering van Brittannia kwam echte pas goed gang onder keizer Cladius (41 - 54) en de gouverneur Agricola. Gnaeus Iulius Agricola vervulde verschillende functies in Brittania. In 61 was hij er tribunus militum, van 71 tot 73 legatus van het XXe legioen en tenslotte vanaf 78 keizerlijk gouverneur. Hij bedwong er opstandige stammen. Zijn loopbaan is beschreven door zij schoonzoon Tacitus.

Agricola slaagde er evenwel niet in de Schotse Hooglanden aan zich te onderwerpen en de noodzaak ontstond een nieuwe grens zuidelijker te trekken. Daarvoor kwam uiteraard eerst het smalste stuk tussen de Forth en de Clyde in aanmerking. Dat gebied was echter niet waardevol genoeg om verdedigd te worden. En toen de Romeinen vervolgens één legioen terugtrokken om op het vasteland te gaan vechten, werd de grens andermaal verlegd naar het gebied tyssen de Solway Firth en de Tyne. Hier lagen enkele legerplaatsen, die verbonden waren met een weg.

Rome kon zijn expansiepolitiek voeren dankzij een goed uitgerust leger, dat nieuwe strategiën aanwendde om vreemde volkeren aan zich te onderwerpen. Koning Servius Tullius (578 - 535) voerde een staatshervorming door waarbij de plebejers stemrecht krijgen en deelde de bevolking in vijf vermogensklassen, die weer verdeeld werden in 193 centuriae.

De eerste klasse - de classici - werden tijdens een oorlog zwaarbewapend met een borstharnas (lorica), een helm (galea), scheenbeenplaten (ocreae) en een rond schild (clipeus). Ze droegen een lans (hasta) en zwaard (gladius). De tweede klasse miste het borstharnas, maar droegen daarom een lang schild (scutum), de derde helm, schild, lans en zwaard, terwijl de vierde een lans, zwaard of werpsspies droeg. De vijfde klasse deed dienst als slingeraars.
In de tweede en derde eeuw voor Christus werd de sterkte van een legioen op 4.200 man voetvolk en 300 ruiters gebracht. Tijdens de tweede Punische oorlog omvatte een legioen 6.200 man voetvolk. Een legioen bestond uit 30 manipels, die elke een veldteken voerden. Elk manipel bestond op zijn beurt weer uit twee centuries.
Een legioen stond onder de leiding van 6 krijgstribunen, die afwisselend twee aan twee het bevel voerden over de troepen. Een consulair legioen was opgebouwd uit 2 legioenen, die elk onder het bevel stonden van een legaat. Aan de legioenen was een questor toegevoegd. Deze verrichte alle noodzakelijke betalingen om het leger om de been te houden. De diensttijd begon als men 17 geworden was en eindigde op het zestigste levensjaar, waarna men het Romeinse burgerrecht verkreeg.

Onder Augustus en Octavianus had Rome 45 legioenen te velde. Ten tijde van Trajanus moeten het er meer dan 30 geweest zijn.

De overwonnen en bevriende volkeren leverden hulptroepen: de auxilia. Langs de muur van Hadrianus dienden troepen uit alle uithoeken van het rijk. Achter het leger verzamelde zich de tros. Daarin werden de meeste materialen en het voedsel op een veldtocht meegevoerd.

Hadrianus gaf opdracht tot de bouw van de muur in 122. Het beginpunt ligt in Newcastle (Pons Aelius), het eindpunt bij Bowness (Maia) De eerste 45 mijlen bestond uit een stenen muur. Het resterende deel bestond uit een aarden wal, die aan de basis 6 meter breed was. De stenen muur was naar schatting 5 meter hoog en werd na iedere mijl onderbroken door een klein vestingwerk, waarin twee poorten aangebracht waren. Tussen deze werken bevonden zich twee wachttorens.
De hele verdedigingslinie was opgebouwd uit twee verdedigingsgrachten aan de noord- en zuidzijde van de muur. Tussen de zuidzijde en de muur was een militaire weg, zodat de troepen zich snel konden verplaatsen. Op strategische punten legden de Romeinen verschillende grotere forten, waarin verschillende cohorten (2 manipels) gelegerd waren: de belangrijkste waren Segedunum, Brocolita, Banna en Vercovicium. De monding van de Tyne werd verdedigd vanuit Southshield (Arbeia).

De verdedigingsstrategie was er vooral op gericht de vijand in een vroeg stadium te signaleren. Vanaf de muur werd vermoedelijk niet gevochten. Bij onraad trokken de troepen erop uit om met hun taktieken zoals de 'Testudo' te overmeesteren. Bij de 'Testudo' marcheerden de legionairs in formatie op de vijand af. Legionairs, die aan de buitenkant van de formatie liepen, hielden hun schilden dan naast, voor of achter zich en zij die in het midden liepen boven hun hoofd. Op die manier werd de formatie omkwetsbaar voor werkspiezen, pijlen en stenen. Vanaf de achterkant van deze formaties werden speren en stenen naar de vijand geworpen. En in de aldus ontstane paniek kwamen vanuit de flanken de cavalaristen aangereden om het karwei af te maken.

Aesica.JPG

vallum.JPG

Turret_52.JPG

turret_a.JPG

milecastle_1.JPG

signaltower_banks.jpg

vallum_1.JPG

Mithraeum_1.jpg

Turret_52a.jpg

muur_2.JPG

turret_.JPG

newcastle.JPG

Greenhead_1.JPG

Greenhead_2.JPG

 

Content © Sierd de Jong - Fotografie Margriet Stemerding - Webdesign © Bastiaan de Jong    Site Meter