Las Medulas

Romeinse plaatsen > Tarraconensis > Las Medulas


Op weg naar de Costa Verda brachtten we de nacht door in een klein hostal in Ponferrade. Van een Duits echtpaar hadden we eerder de tip gekregen Las Medulas te bezoeken. Daar was een Romeinse goudmijn te zien. De aanblik van de resten van die mijn overtrof alles wat we tot nu toe gezien hadden. Een ingestorte berg, een enorme okerkleurige krater waarvan de minst steile hellingen met kastanjebomen begroeid zijn.

Hispania, zoals de Romeinen Portugal en Spanje samen noemden, was uiterst belangrijk voor ze. Hispania produceerde hout, wol en graan.

Tijdens de eerste en tweede eeuw bloeide de nijverheid, die in Rome een onverzadigbare groeimarkt had gevonden. Het Iberisch schiereiland leverde ook mineralen. Las Medulas was de grootste goudmijn die ze hadden en een waar huzarenstukje van de Romeinse ingenieurs.

Plinius beschrijft de goudwinning in zijn Naturalis Historiae. Hij was in 73 na Christus procurator van Hispania Tarraconensis. Slaven, die soms maanden geen licht zagen, groeven in de bergen van Las Medulas tunnels. Deze tunnels werden gestut met pijlers, die op een gegeven moment van achteren naar voren omgehakt werden. De berg stortte daarop in en het puin werd daarna gewassen om het goud te winnen. De Romeinen legden tientallen kilometers waterleidingen aan om daarvoor voldoende water te hebben.

Van die waterleidingen is nauwelijks iets over. Van de goudwinning resteert alleen de ingestorte berg, die op de erfgoedlijst van de Unesco staat.

Die plaatsing op de erfgoedlijst gaf nog wel enige discussie. Duitsland en Finland stemden tegen omdat de Romeinse goudwinning de facto één van de grootste aantastingen van milieu was.


goudmijn_1.jpg

goudmijn_2.jpg

 

Content © Sierd de Jong - Fotografie Margriet Stemerding - Webdesign © Bastiaan de Jong    Site Meter